door Jan De Volder
Euthanasie is niet langer het onderwerp van
een abstract debat of een duistere praktijk, het mag voortaan
rechtens en openbaar. Van wat dat betekent, gaf Mario
Verstraete, SP.A-militant en euthanasievoorvechter, vorige
week een voorproefje. Op zijn verzoek kwamen zijn laatste
levensdagen uitvoerig in de media en die berichtgeving groeide
uit tot een regelrechte reclamespot voor de zelfgekozen dood.
In De Morgen stak Yves Desmet de loftrompet over dit
einde ‘op mensenmaat’ en in De 7de dag prees de
socialiste Paula Semer de keuze van Verstraete als ‘ontzettend
moedig’.
Het ‘euthanasiasme’ - of het enthousiasme over
euthanasie - swingt de pan uit. De zelfgekozen en medisch
geassisteerde dood wordt zonder meer aangeprezen als de manier
bij uitstek voor de eigentijdse en zelfbewuste mens om er ‘op
tijd’ en ‘proper’ uit te stappen. Dat hoeft niet te verbazen:
de euthanasieregeling is immers niet zozeer bedoeld om de
gewetensnood van de arts bij extreme gevallen van menselijk
lijden te verlichten; ze ademt veeleer een sfeer van pure
zelfbeschikking en geeft vorm aan het ‘recht op euthanasie’.
Hugo Van den Enden, vice-voorzitter van ‘Recht op Waardig
Sterven’, schatte ietwat triomfantelijk het aantal
euthanasiekandidaten op drie- tot vijfduizend jaarlijks - of
zowat tien per dag. Kortom, euthanasie wordt geen
uitzonderlijke, maar een courante praktijk.
Het gaat ons er niet om de doodswens van de 39-jarige
MS-patiënt Verstraete te contesteren. Dat de ziekte hem zwaar
viel, dat hij opzag tegen verdere aftakeling... Wie brengt
daar geen begrip voor op? Het verlangen te sterven leeft
jammer genoeg bij velen, en niet alleen bij zieken en ouderen:
het hoge zelfmoordcijfer in onze maatschappij illustreert dat.
Ook wereldwijd, zo leert een recent rapport van de
Wereldgezondheidsorganisatie, blijken meer mensen te sterven
als gevolg van zelfdoding dan van gewapende conflicten. Ons
land, dat nochtans een van de hoogste levensstandaarden ter
wereld heeft, bekleedt in de zelfmoordtop een weinig
benijdenswaardige 23ste plaats.
In plaats van die cijfers als een alarmsignaal te zien van een
collectieve zingevingscrisis, vond onze wetgever er niets
beters op dan het ‘respect voor de wil van het individu’
absoluter te stellen dan het ‘respect voor het leven’.
Hallucinant is het onkritische applaus van de commentatoren
aan de zijlijn. Verstraete leed weliswaar aan een
ongeneeslijke, maar niet aan een terminale ziekte, zoals de
MS-Liga terecht benadrukt. Hij had nog vele jaren te leven,
maar wilde niet. Zijn leven was, volgens zijn zeggen, niet
meer dan een product ‘dat uit de handel werd genomen’.
Het grote publiek lijkt nu pas te vatten wat onze
euthanasiewet - de meest individualistische ter wereld -
inhoudt. Doordat euthanasie niet beperkt is tot het
levenseinde, gaat het in feite gewoon om doding op verzoek. De
deur staat open om iedereen te ‘helpen’ die het om de ene of
andere reden niet meer ziet zitten of die de kwaliteit van
zijn leven ondermaats vindt. De adviezen van het Raadgevend
Comité voor Bio-ethiek gingen niet uit van die mogelijkheid.
Bovendien is het maatschappelijk debat daarover nooit gevoerd.
Het is onwaarschijnlijk dat een meerderheid van de bevolking
achter de huidige regeling staat. Dat illustreert nogmaals de
onzindelijke manier waarop het euthanasiedebat is gevoerd: de
gelegenheid werd benut om alles op een hoop te gooien en door
elkaar te haspelen. De juridische bezwaren van de Raad van
State werden verticaal geklasseerd. Dat men het in het
geval-Verstraete zelfs niet nodig achtte de wettelijke termijn
van een maand tussen verzoek en uitvoering te respecteren,
geeft een ander signaal: de wettelijke voorwaarden worden een
lachertje.
Wat nu stilaan in beeld komt, is het effect van zo’n wetgeving
op anderen. Wat moeten de duizenden zieken denken die aan een
ongeneeslijke ziekte lijden, maar moedig hun leven
verderzetten? Wat is de repercussie ervan op hulpverleners die
zich - professioneel of vrijwillig - inzetten om het leven van
zwakkeren zo draaglijk mogelijk te helpen maken en van zin te
vervullen? Hoe zinvol is het nog om middelen en energie te
steken in zelfmoordpreventie?
De voorstanders zweren dat het alleen gaat om het respect voor
een individuele keuze, dat niemand tot euthanasie wordt
gedwongen. Zij onderschatten de broosheid van de menselijke
wil. Beseffen zij niet hoe beïnvloedbaar ieder van ons is, hoe
snel je je als zieke of oudere tot last voor anderen gaat
voelen? Wat betekent zo’n wet voor een samenleving als de
onze, waarin de vergrijzing volop doorzet, de tekorten in de
ziekteverzekering hand over hand toenemen, de zorgsector met
een toenemend personeelsgebrek kampt, en naakte cijfers
aantonen dat het laatste levensjaar van een mens meteen ook
het duurste is?
Stellen dat deze cocktail geen directe en indirecte druk kan
zetten op hulpbehoevenden, getuigt van verblinding. Want deze
euthanasiewet zal slachtoffers maken en de solidariteit verder
uithollen. Hoe lang duurt het nog vooraleer een zieke zich
moet verantwoorden omdat hij wil leven? Het blijft
onbegrijpelijk dat dit inzicht buiten de christelijke wereld
nauwelijks leeft.
(dit artikel werd gepubliceerd in Tertio van 9
oktober 2002)